Opinie: Nogmaals de prijs van de dienstencheques verhogen is niet verantwoord en gaat in tegen het Vlaams Regeerakkoord

Door Steve Vandenberghe, algemeen directeur van Domiva, de federatie van de dienstenchequesector.

NIEUWS

NIEUWS

Andermaal dreigt de dienstenchequesector het kind van de rekening te worden. Daar waar de Vlaamse Regering, bij monde van het regeerakkoord, stellig poneerde dat ze de sector zou versterken, wordt voor de begroting opnieuw gedacht aan een verhoging van de prijs van de dienstencheques. Dit terwijl er in 2025 reeds stevig bespaard werd en almaar meer gezinnen moeten afhaken en almaar meer huishoudhulpen werkloos blijven.

De prijsverhoging
en besparingen van 2025

Terug naar 2025. Op 1 januari verdween de fiscale aftrek van 1,80 euro per cheque en steeg de aankoopprijs van 9 naar 10 euro. Voor de gebruiker werd een uur huishoudhulp zo 2,80 euro duurder. Bijna veertig procent, in één klap.

Die extra euro ging naar de huishoudhulpen. Terecht. Maar de reële loonkost van die euro bedraagt voor een werkgever ongeveer 1,30 euro. Je hebt geen master in de economie nodig om te zien wat dat oplevert. Een structureel tekort van 0,30 euro per gepresteerd uur. Daarom voerden veel bedrijven een administratieve bijdrage in of trokken ze die op.

De opbrengst van de afgeschafte fiscale aftrek gaat niet naar de sector. Die vloeit rechtstreeks naar de Vlaamse begroting. Het gaat om een jaarlijkse besparing ten nadele van de sector van 153 miljoen euro.

De tweede besparing kreeg veel minder aandacht, maar is minstens even groot. Een dienstencheque kost de gebruiker 10 euro. Dit omvat uiteraard niet de totale loonkost. De subsidie van de Vlaamse regering zorgt ervoor dat het betaalbaar blijft voor de consument. Wanneer klanten afhaken of hun uren terugschroeven, valt die tussenkomst automatisch weg. Elk geschrapt uur huishoudhulp is een besparing die niemand hoeft goed te keuren en die in geen enkele begrotingstabel staat.

En heel wat uren vielen weg. In 2025 dienden gebruikers in Vlaanderen bijna 2 miljoen dienstencheques minder in dan in 2024. Een daling van 2,34%, goed voor zowat 37,4 miljoen euro die de Vlaamse overheid niet meer hoefde uit te geven. Die daling zet zich in 2026 sterker door.

Versterken, staat er

Het Vlaams regeerakkoord noemt het bereiken en overschrijden van 80% werkzaamheids-graad een absolute topprioriteit voor deze regering. Even verderop staat in het regeerakkoord letterlijk:

“De dienstencheques en kinderopvang worden versterkt als belangrijk instrument om de combinatie tussen werk en privé ook praktisch werkbaar te maken.”

Wie vandaag een prijsverhoging bepleit, doet net het omgekeerde van wat er zwart op wit staat. Hij maakt het duurder om te blijven werken, precies op het moment dat werkzaamheid topprioriteit is. En hij haalt tewerkstelling weg uit een sector die vandaag meer dan 140.000 mensen in ons land aan het werk houdt, van wie een groot deel kortgeschoold is en niet altijd evident een job vindt.

Werkende gezinnen
hebben geen rek meer

Elke prijsverhoging vertrekt van de veronderstelling dat de gebruiker ze wel zal slikken. Die veronderstelling werd in 2025 getest en faalde. In 2025 haakten maar liefst 23.000 gezinnen af.

De mensen die afhaken zijn niet de mensen die het zich makkelijk kunnen permitteren. Het zijn hoofdzakelijk werkende gezinnen en alleenstaande ouders, vaak met jonge kinderen, voor wie huishoudhulp mee bepaalt of werk en gezin combineerbaar blijven.

Daarnaast zijn er ook nog de oudere gebruikers met een beperkt inkomen. Voor hen is dit geen comfort maar een noodzakelijke voorwaarde waardoor langer zelfstandig thuis blijven wonen lukt. Zij voelen elke euro als eersten, en zij haken ook als eersten af.

Ook bij de bedrijven is de rek er helemaal uit. Vlaanderen telde in 2025 nog 946 erkende dienstencheque-ondernemingen. Dat zijn er 44 minder dan het jaar voordien, en minder dan de helft van de 1.947 van tien jaar geleden.

Zwartwerk lonkt

De dienstencheques blijven een belangrijk instrument om zwartwerk uit de markt te duwen en arbeid te regulariseren. Ook dat staat met zoveel woorden in het regeerakkoord. En het werkt, al twintig jaar. Maar het werkt alleen zolang wit voldoende goedkoper is dan zwart. Dat verschil is de voorbije twee jaar fors afgenomen.

Elke bijkomende verhoging maakt de stap naar het informele circuit zeer kortbij. Huishoudhulpen die naar het zwarte circuit overstappen, verliezen alles wat het stelsel biedt: arbeidsongevallenverzekering, arbeidsgeneeskunde, opleiding en sociale bescherming. Wat twintig jaar geleden werd opgelost, dreigt zo met enkele begrotingsrondes terug te komen.


Verschuiven is niet besparen

Minder gepresteerde uren betekenen bovendien minder sociale bijdragen, minder personenbelasting en meer werkloosheidsuitkeringen. Volgens de RSZ waren er eind 2025 in ons land bijna 3.000 huishoudhulpen minder aan de slag, een daling die de RSZ zelf koppelt aan de hogere prijs.

Vlaanderen boekt de opbrengst, de federale overheid krijgt de rekening. Dat is geen besparing maar een loutere lastenverschuiving.

Samen versterken

Domiva roept de Vlaamse regering op om uit te voeren wat in het regeerakkoord geschreven staat: zet in op de versterking van de dienstenchequesector. Een bijkomende besparing is het systeem afbreken ten nadele van de gezinnen én de huishoudhulpen én ten nadele van de (federale) overheidsbegroting.

Deze sector zet tienduizenden mensen aan het werk en maakt het verschil voor meer dan 750.000 Vlaamse gezinnen. Zij verdienen een stelsel dat duurzaam blijft bestaan. Domiva is daarvoor een constructieve partner.

Vlaams regeerakkoord 2024-2029, hoofdstuk Werk en Sociale Economie, p. 23

Heb je interesse om als onderneming lid te worden? Vul dan het formulier in

Privacy en cookie policy

Meer informatie over onze privacy en cookie policy